Passend onderwijs voor iedereen

Onze dochter vindt haar broertje die niet kan praten heel normaal. Over passend onderwijs, ambulante begeleiding en waarom ontmoeting tussen alle kinderen iedereen verrijkt.

Onze oudste dochter vertelde laatst dat iemand uit haar klas vroeg of ze het ook erg vindt dat ze een broertje heeft zoals Hárris. “Hoezo?” antwoordde ze. “Hij is toch gewoon een broertje, net als alle broertjes — alleen kan hij niet praten.”

Het zette me aan het denken. Het was een onschuldige, goed bedoelde vraag, maar ze zegt veel over ons onderwijs — over een door onszelf gecreëerd beeld van “normaal” dat streng gescheiden blijft van alles wat afwijkt. We laten onze “normale” kinderen weinig in aanraking komen met andersontwikkelende kinderen. Dat is jammer voor alle partijen.

Onze dochter kent Hárris niet anders dan zoals hij is; voor haar is hij volkomen normaal. Niet vreemd of moeilijk, maar precies goed zoals hij is. Het zou voor iedereen normaler moeten zijn dat we als mensen verschillend mogen zijn.

Maar dan kom ik op een lastig onderwerp: passend onderwijs. Daarover kun je van alles roepen, maar het feit is dat het bijzonder ingewikkelde materie is. Ik kan wel doen alsof het anders is, maar Hárris heeft op dit moment echt specialistische begeleiding nodig. Waar vind je dat — en hoe past het in een reguliere groep?

Het is ons, zoals je misschien weet, gelukt hem voorlopig op de reguliere opvang te houden, mét ambulante hulp. Geweldig! Wel een onderneming: iemand komt elke ochtend speciaal voor hem naar de opvang. Voor de juf is het een omschakeling. Ik merk op onze school veel bereidheid om te helpen en mee te denken. Ook de gemeente bleek geweldig flexibel. Daarin voel ik me bevoorrecht — dat zal niet overal zo zijn.

Maar is er dan geen enkel ander initiatief hiervoor? Zijn er niet meer ouders die willen dat hun “afwijkende” kind mag starten op een plek waar men uitgaat van competentie — tussen kinderen die, door simpelweg zichzelf te zijn, positief bijdragen aan de ontwikkeling van de ander? Waar wordt uitgegaan van kansen in plaats van beperkingen?

Waar vind je een plek waar kinderen terechtkunnen voor reguliere opvang of onderwijs, met daarnaast ook groepen voor andersontwikkelende kinderen? Kinderen met een ontwikkelingsachterstand bij wie nog niet duidelijk is of — en zo ja welke — diagnose gesteld wordt. Kinderen met spraak-taalproblemen. Kinderen van wie nog niet bekend is hoeveel specialistische zorg en onderwijs later nodig zijn. Kinderen die met of ondanks hun beperking prima kunnen functioneren in regulier onderwijs. Waar echt wordt gezocht naar het toekomstperspectief van elk kind?

Niet alleen voor Hárris zou dat mooi zijn geweest; het is ook waardevol dat “normale” kinderen op deze manier kennismaken met “andere” kinderen. Het is een verrijking voor iedereen om te leren over verschillende vormen van ontwikkeling — om te beleven dat “normaal” niet vanzelfsprekend is.

Dan hoeven ze in de toekomst misschien niet meer te vragen hoe het is om een kind zoals Hárris te hebben of te zijn. Dan weten ze dat het niet betekent dat er geen kwaliteit van leven of geen kansen zijn. Dan hebben ze met eigen ogen gezien dat anders niet minder of alleen maar moeilijk is. Dan geef je ze een levensles die je niet in woorden kunt uitdrukken, maar alleen door te zien en te beleven. Dat is passend onderwijs voor iedereen!